De orthoptische onderzoeken worden uitgevoerd door een orthoptiste. Een orthoptist(e) is iemand die beroepsmatig ondersteunend bezig is in een oogheelkundige praktijk (in NL soms ook zelfstandig gevestigd). Het werk omvat het onderzoek bij scheelzien, dubbelbeelden en amblyopiebehandeling (lui oog). Er worden dus grotendeels kinderen in de orthoptische afdeling onderzocht. Het gezichtsvermogen kan reeds bij zuigelingen worden beoordeeld. Wanneer een uitvoerig orthoptisch en oogheelkundig onderzoek moet plaatsvinden wordt door de BVA (Berufsverband der Augenärzte) en de BOD (Berufsverband der Orthoptistinnen Deutschlands e.V.) geadviseerd:

Onmiddellijk

Bij kinderen met afwijkingen zoals ptosis (hangend ooglid), hoornvliestroebelingen, staar, pupilafwijkingen, nystagmus of verdenking van glaucoom.

Met zes tot twaalf maanden

Bij alle kinderen met verhoogd risico op scheelzien en erfelijke oogziektes, kortom bij prematuren en erfelijk belaste kinderen.

Bij voorkeur bij twee- tot hoogstens driejarigen

Bij alle overige kinderen ook zonder verdenkingen of erfelijke belastingen, om op tijd microstrabisme (scheelzien met een hele kleine hoek) en meer dan geringe brekingsafwijkingen te kunnen ontdekken

Met deze screening worden natuurlijk niet het zeldzame en later optredende, bij voorbeeld pas met 4 jaar, scheelzien eruitgepikt. Als er een verdenking bestaat moet het kind nogmaals op een leeftijd van vier tot vijf jaar worden onderzocht.